Hoe SDGs en IDGs de Brug Slaan tussen Programma’s en Praktijk
In een eerdere blog vertelden we hoe een interactieve kaart in de Maastrichtse wijk De Heeg hielp om bewonersinitiatieven en gemeentelijk beleid samen te brengen. Dat leidde tot drie kansrijke actierichtingen met breed draagvlak: beweegtuinen, fietsactiviteiten en van hang- naar beweegplekken.
Maar hier begint het échte werk pas. Want hoe zorg je dat dergelijke veelbelovende actierichtingen daadwerkelijk gerealiseerd worden én blijven? En hoe voorkom je dat beleidsprogramma’s louter papieren ambities blijven? Deze praktijkgids laat zien hoe het effectief inzetten van SDGs (“Sustainable Development Goals“) en IDGs (“Inner Development Goals“) hierin het verschil kunnen maken.
Dit vraagstuk raakt aan een dubbel probleem dat we steeds weer tegenkomen in gemeenten:
Het probleem van de beleidswereld: beleidsmakers moeten beleidsprogramma’s ontwikkelen die aansluiten bij maatschappelijke doelstellingen – denk aan gezondheid, leefbaarheid, armoede, klimaat. Ze hebben vaak uitstekende programma’s met heldere doelstellingen, maar worstelen ermee om deze tot leven te brengen in de praktijk. Hoe vind je die cruciale aansluiting bij wat er werkelijk leeft in de wijk? Hoe voorkom je dat je praat over “activering” en “participatie” terwijl bewoners zelf allang bezig zijn, alleen niet op de manier of met de taal die past bij jouw programma?
Het probleem van de leefwereld: bewoners en professionals in de wijk zien dagelijks wat er nodig is en starten vol enthousiasme initiatieven die echt impact hebben. Maar deze initiatieven zijn vaak fragiel. Ze hangen af van een paar gedreven vrijwilligers die “er toevallig zin in hebben”. Als die verhuizen of opbranden, sterft het initiatief een stille dood. Juist hier zou ondersteuning vanuit beleidsprogramma’s het verschil kunnen maken – niet om het over te nemen, maar om te borgen, te verbinden en op te schalen.
SDGs als Vertaalslag: Van Abstract Beleid naar Concrete Actie
In onze Vinden-Verleiden-Verbinden-aanpak gebruiken we de Sustainable Development Goals (SDGs) als gezamenlijke taal om deze twee werelden te verbinden. Dit klinkt misschien abstract – nog meer internationale doelstellingen erbij – maar in de praktijk blijken de SDGs juist een krachtige vertaalslag mogelijk te maken.
Neem De Heeg. Nadat we daar met bewoners en professionals de kansrijke actierichtingen hadden opgehaald, hebben we deze gekoppeld aan relevante SDGs. Wat kun je daar dan mee? Hier volgen twee praktijkscenario’s, eentje vanuit beleids- en een ander vanuit bewonersperspectief.
Praktijkscenario 1: Van beleidsprogramma naar wijkacties

Vanuit de beleidswereld bekeken: Stel je bent als gemeente bezig met het verbinden van voedselzekerheid (SDG 2) en klimaatadaptatie (SDG 13). Je hebt mooie programma’s ontwikkeld, maar zoekt naar concrete aanknopingspunten in wijken. Via de kaart selecteer je SDG 2 GEEN HONGER en SDG 13 KLIMAATACTIE. Direct zie je twee actierichtingen die de wijk zelf al heeft aangedragen die beide doelen verbinden: Voedselbossen ontwikkelen en Volkstuinen uitbouwen (Figuur 1).
Dit zijn geen abstracte programmadoelen meer, maar levende initiatieven waar al bewoners bij betrokken zijn of willen zijn. De kaart laat meteen zien welke organisaties, locaties en mensen daarbij een rol kunnen spelen. Je kunt nu om de tafel met wijkbewoners die deze ideeën hebben ingebracht en samen kijken: hoe kunnen onze programma’s jullie concrete plannen ondersteunen? Welke middelen, expertise of netwerken kunnen wij inzetten om te zorgen dat deze initiatieven niet alleen starten, maar ook blijven?
Praktijkscenario 2: Van wijkinitiatief naar versterking

Omgekeerd vanuit de leefwereld bezien: Een groep bewoners wil graag beweegtuinen ontwikkelen – groene ontmoetingsplekken waar jong en oud laagdrempelig kunnen bewegen. Ze hebben energie en ideeën, maar geen geld, geen grond, geen expertise over groenbeheer. Via de kaart selecteren ze deze actierichting en zien direct dat deze aansluit bij SDG 3 GOEDE GEZONDHEID EN WELZIJN. De kaart laat zien dat de actierichting via deze SDG ook raakt aan andere relevante initiatieven: Guerilla gardening (ook groen, ook buitenruimte) en de Koppelkansen met Velorium, het lokale bikepark (Figuur 2).
Zou je verder doorklikken dan wordt ook zichtbaar dat er hieromheen organisaties zijn die gezondheid en welzijn hoog in het vaandel hebben staan: de GGD, de wijkverpleging, sportverenigingen, maar ook het buurtcentrum dat al programma’s heeft voor ontmoeting. Door deze overlappen zie je direct waar samenwerking kans maakt en waar elke geïnvesteerde euro extra veel impact kan hebben.
Waarom Dit Anders is dan Gewoon Goed Samenwerken
Je zou kunnen denken: dit is toch gewoon goed netwerken en slim samenwerken? Maar de kracht zit hem in drie specifieke elementen:
1. Gedeelde taal zonder jargon De SDGs bieden een gemeenschappelijke taal die zowel herkenbaar is voor beleidsmakers (“dit past bij ons programma”) als voor bewoners (“dit gaat over onze wijk”). Het zijn geen abstracte beleidstermen, maar concrete thema’s: gezondheid, klimaat, armoede, ongelijkheid. Iedereen begrijpt wat SDG 3 GOEDE GEZONDHEID EN WELZIJN betekent, of je nu beleidsmaker bent of wijkbewoner.
2. Zichtbaarheid van het ecosysteem De interactieve kaart maakt niet alleen initiatieven en organisaties zichtbaar, maar vooral de verbindingen ertussen. Je ziet niet alleen dat er een idee voor beweegtuinen is en dat er een GGD bestaat, maar je ziet dat beide te maken hebben met gezondheid, met dezelfde locaties, met overlappende doelgroepen. Dit maakt kansrijke samenwerkingen herkenbaar die anders onzichtbaar blijven in de silo’s van verschillende domeinen en programma’s.
3. Actiegericht in plaats van planmatig We beginnen niet met het schrijven van een nieuw beleidsplan of programma, maar met het in kaart brengen van wat er al leeft. De actierichtingen uit de wijk zijn het vertrekpunt. De SDGs helpen vervolgens om te zien welke programma’s en middelen deze actierichtingen kunnen versterken. Het leidt niet tot weer een nota, maar tot concrete verbindingen tussen mensen die samen aan de slag kunnen.
Van SDGs naar IDGs: De Kunst van Samenwerken Ontwikkelen
Het koppelen van actierichtingen aan SDGs is echter pas het begin. Want zelfs met heldere verbindingen, relevante programma’s en goede intenties kan samenwerking tussen leef- en beleidswereld nog stroef verlopen. Hier komen de Inner Development Goals (IDGs) om de hoek kijken.
De IDGs beschrijven de innerlijke capaciteiten die nodig zijn om complexe samenwerking mogelijk te maken: open mindset, empathie, vertrouwen, reflectie, moed om te experimenteren. Dit zijn geen vage ‘zachte’ vaardigheden, maar cruciale capaciteiten voor effectieve samenwerking over grenzen heen.
Stel je voor: in De Heeg is de verbinding gelegd tussen de actierichting beweegtuinen en verschillende organisaties die hierbij kunnen helpen. Er is enthousiasme, er zijn middelen toegezegd, de eerste bijeenkomst staat gepland. Maar dan:
- De bewoners ervaren dat beleidsmakers “weer komen vertellen wat moet”
- De beleidsmakers kunnen zich ongemakkelijk voelen omdat ze niet gewend zijn om echt te luisteren in plaats van te sturen
- De jongerenwerker van een welzijnsorganisatie ziet kansen maar durft niet tegen zijn leidinggevende te zeggen dat het anders moet dan in het protocol staat
- De GGD-medewerker heeft kennis over gezondheidseffecten maar weet niet hoe ze deze moet delen zonder betuttelend over te komen
Dit heeft niets te maken met slechte wil, maar met vaardigheden/competenties die momenteel ontbreken. En hier kan de IDG-focus helpen. Door de samenwerking regelmatig te evalueren met de IDGs als lens, worden dit soort knelpunten zichtbaar en bespreekbaar:
- IDG 1 ZIJN (Being): Hebben we voldoende innerlijke kompas en zelfbewustzijn? Durven professionals toegeven dat ze onzeker zijn? Kunnen bewoners aangeven wanneer ze zich niet gehoord voelen?
- IDG 2 DENKEN (Thinking): Staan we open voor verschillende perspectieven? Kunnen we complexiteit verdragen zonder meteen naar simpele oplossingen te grijpen?
- IDG 3 VERBINDEN (Relating): Lukt het om vertrouwen op te bouwen over de grens van de systeemwereld en leefwereld? Hebben we empathie voor elkaars posities?
- IDG 4 SAMENWERKEN (Collaborating): Kunnen we samen creëren in plaats van ieder zijn eigen plan trekken? Lukt het om conflicten constructief aan te gaan?
- IDG 5 HANDELEN (Acting): Durven we te experimenteren en te leren van fouten? Hebben we de moed om gevestigde patronen te doorbreken?
In onze aanpak gebruiken we procesbegeleiding die specifiek gericht is op het ontwikkelen van deze competenties. Dit kan variëren van reflectiesessies waarin we expliciet stilstaan bij hoe de samenwerking verloopt, tot gerichte interventies wanneer blijkt dat bepaalde competenties ontbreken. Het gaat erom dat je niet alleen werkt aan de inhoudelijke programma’s (de SDGs), maar ook aan het vermogen om daadwerkelijk samen te werken (de IDGs).
Een Doorlopend Proces van Leren en Versterken
Het krachtige van deze aanpak is dat het geen eenmalige exercitie is. De kaart blijft een levend instrument dat meegroeit met de wijk en de samenwerking:
Cyclus 1: Verkennen en verbinden We brengen in kaart wat er leeft, koppelen actierichtingen aan SDGs, leggen eerste verbindingen. Partijen leren elkaar kennen en ontdekken kansen voor samenwerking.
Cyclus 2: Uitvoeren en leren
Er wordt geëxperimenteerd met concrete acties. Via de IDG-lens evalueren we regelmatig: wat gaat goed, waar loopt het vast, welke capaciteiten missen we nog? De kaart wordt geactualiseerd met nieuwe inzichten, verbindingen die wel of niet werkten, verrassende ontdekkingen.
Cyclus 3: Verbreden en verdiepen Succesvolle initiatieven worden uitgebreid, nieuwe actierichtingen komen erbij, andere wijken pikken ideeën op. Tegelijkertijd wordt de samenwerking verfijnder doordat partijen elkaar beter begrijpen en de benodigde capaciteiten ontwikkelen.
Dit betekent ook dat de rol van procesbegeleiding verschuift: van faciliteren van verbindingen naar ondersteunen van het leerproces, van zichtbaar maken van kansen naar helpen reflecteren op samenwerking, van extern proces ontwerpen naar het versterken van eigen regievoering.
Concrete Impact: Wat Dit Oplevert
Laten we eerlijk zijn: dit kost tijd en vraagt investering. Maar wat levert het op?
Voor beleidsmakers
- Je beleidsprogramma’s krijgen concrete aanknopingspunten in de praktijk
- Je kunt laten zien waar beleidsgeld naartoe gaat en welk verschil het maakt
- Je voorkomt dubbel werk doordat je ziet waar programma’s overlappen
- Je budget wordt efficiënter ingezet door synergieën te benutten
- Je verantwoording krijgt meer diepgang: niet alleen “we hebben X activiteiten georganiseerd” maar “we hebben bijgedragen aan actierichtingen die echt leven in de wijk”
Voor uitvoeringsprofessionals:
- Je hebt zicht op het bredere plaatje: hoe past jouw werk in het geheel?
- Je kunt gerichter samenwerken: de kaart laat zien wie wat doet en waar overlap is
- Je kunt leren van anderen: welke aanpakken werken, welke valkuilen zijn er?
- Je legitimatie wordt sterker: je laat zien hoe jouw werk bijdraagt aan bredere doelen
Voor bewoners en initiatiefnemers:
- Jullie initiatieven worden zichtbaar en erkend
- Je krijgt toegang tot relevante ondersteuning en middelen
- Je hoeft niet steeds opnieuw uit te leggen wat je doet: het staat op de kaart
- Je fragiele initiatieven krijgen structuur zonder hun eigenheid te verliezen
- Je kunt verbinden met gelijkgestemden in andere wijken
Voor de wijk als geheel:
- Er ontstaat een krachtiger, veerkrachtiger netwerk
- Initiatieven sterven minder snel een stille dood
- Er is minder versnippering en meer samenhang
- De kloof tussen “die daar” (gemeente) en “wij hier” (bewoners) wordt kleiner
- Er groeit een cultuur van samen doen in plaats van voor elkaar doen
Van De Heeg naar Heel Nederland
De aanpak die we in De Heeg hebben toegepast is toepasbaar in elke gemeente die worstelt met het verbinden van beleid en praktijk. De SDGs bieden een internationaal erkend referentiekader dat lokaal betekenis krijgt door de concrete actierichtingen uit wijken. De IDGs helpen om het samenwerkingsproces zelf te versterken en te leren.
Je hoeft niet meteen de hele gemeente aan te pakken. Je kunt beginnen met één wijk, één programma, één vraagstuk. De ontwikkelde samenwerkingstaal, de opgedane inzichten en de gelegde verbindingen zijn vervolgens overdraagbaar. Andere wijken kunnen leren van wat werkte en wat niet. Het wordt een groeiend netwerk van samen leren en versterken.
Tijd voor Beweging
We begonnen dit verhaal met twee problemen: beleid dat de aansluiting mist en initiatieven die te fragiel zijn. De VVV-aanpak biedt een systematische manier om deze twee werelden te verbinden. Niet door ze te dwingen in elkaars keurslijf, maar door een gezamenlijke taal en werkwijze te ontwikkelen. De SDGs maken zichtbaar waar beleidsambities en wijkinitiatieven elkaar kunnen versterken. De IDGs helpen om het samenwerken zelf steeds beter te laten verlopen. En de interactieve kaart met procesbegeleiding maakt het geheel zichtbaar, bespreekbaar en hanteerbaar.
Het vraagt een andere manier van werken. Niet beginnen met een plan dat uitgerold moet worden, maar beginnen met luisteren en in kaart brengen. Niet sturen op targets en activiteiten, maar faciliteren van verbindingen en leren van wat werkt. Niet eenmalig een project draaien, maar investeren in een doorlopend proces van samen ontwikkelen.
Maar als je dat doet, ontstaat er iets waardevols: beleidsprogramma’s die werkelijk tot leven komen in wijken, initiatieven die blijven bestaan en groeien, en een gemeenschap die ontdekt dat samenwerken over grenzen heen niet alleen kan, maar ook oplevert.
Wilt u ontdekken wat deze aanpak voor uw gemeente of wijk kan betekenen? We denken graag met u mee over hoe de VVV-aanpak kan helpen om de brug te slaan tussen uw beleidsprogramma’s en wat er leeft in wijken.
Neem contact op met Johan Vermeulen van Bureau Credo (jvermeulen@bureaucredo.nl / 06 33984088) of Aldo de Moor van CommunitySense (ademoor@communitysense.nl / 06 47011400).
